koekje

Vertalingen

koekje

cupcakebiscuit, gâteau sec (ˈkukjə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
plat, zoet, knapperig snoepgoed van gebakken deeg een koekje bij de thee
(iemand) zo (onaangenaam) behandelen zoals hij of zij anderen behandelt