knobbel

Thesaurus

knobbel:

knoestkwast,
Vertalingen

knobbel

Beule, Knolle, Knoten, Höckerbosse, enflure, protubérance, nodule, mamelongall, hickey (ˈknɔbəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. abnormale dikke ronde plek in of op je lichaam een knobbel op je hoofd
2. talent hebben voor (iets) een knobbel voor talen hebben wiskundeknobbel