knippen

Thesaurus
Vertalingen

knippen

abscheren, abschneiden, lochen, scheren, schneiden, zuschneiden, Haarschnittshear, clip, cut, polish, neuter, scissor, haircutdécouper, percer, tondre, couper avec des ciseaux, tailler, couper (à coups de ciseaux), rogner [ongles], coupe, couper, débiter, coupe de cheveuxقَصَّة الشَعْرstříhaní vlasůklipningκούρεμαcorte de pelohiustenleikkuušišanjetaglio di capelliヘアカット이발hårklippstrzyżenie włosówcorte de cabeloстрижкаklippa håretการตัดผมsaç kestirmecắt tóc理发 (ˈknɪpə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd knipte , voltooid deelwoord heeft geknipt
met een schaar of tang (iets) van vorm veranderen je haar kort laten knippen stof voor een rok knippen De conducteur knipt de kaartjes.