knik

Thesaurus
Vertalingen

knik

Biegungbrisure, rupture, signe de tête, inclinationкивок (knɪk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. grote verandering van richting een knik in de weg een scherpe knik maken Er zit een knik in de tuinslag en daarom doet de sproeier het niet.
2. gebaar waarbij je kort met je hoofd op en neer gaat De dokter gaf een knikje dat ik binnen kon komen.