knellen

Thesaurus
Vertalingen

knellen

bedrücken, beklemmen, drücken, pressen, zwängenoppress, squeeze, pressserrer, presser, appuyer en écrasant, blesserpremere (ˈknɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd knelde , voltooid deelwoord heeft gekneld
1. te strak zitten knellende schoenen
2. een beklemmend effect hebben De relatie met mijn ouders begint te knellen. knellende regels