knel

Vertalingen

knel

(knɛl)
zelfstandig naamwoord meervoud
1. (tussen iets) vastzitten Bij grote druk komen de zenuwen in de knel te zitten.
2. problemen hebben Door de stijgende huizenprijzen raken starters op de woningmarkt steeds meer in de knel.

knel

Drang, Druck, Drücken, Pressenpressureoppression, pression (knɛl)
bijvoeglijk naamwoord
(tussen iets) vastzitten Er zat een vrouw knel tussen de deuren van de metro. Ik zit knel tussen werk en gezin.