knap

Thesaurus

knap:

slim
Vertalingen

knap

(knɑp)
bijvoeglijk naamwoord
1. (van iemand) met een mooi uiterlijk een knappe man
2. (van iemand) met een goed verstand een knappe leerling
3. (van iemand) bekwaam Die timmerman is een knap vakman.

knap

hübsch, einsichtsvoll, gebildet, gesittet, intelligent, schön, verständig, gut aussehendhandsome, beautiful, intelligent, learned, pretty, ably, cleanlycut, cultured, educated, fine, lovely, neat, precise, sagacious, well‐informed, cute, good-lookingbeau, beau/bel/belle, ingénieusement, joli, cultivé, intelligent, net, bien, brillant, crac!, drôlement, fort, ferré, instruitbello, intelligente, attraente, carinoحَسَن, لَطِيف, وَسِيمhezký, pohlednýkøn, pæn, smukγοητευτικός, εμφανίσιμος, ωραίοςapuesto, bien parecido, bonitohyvännäköinen, kaunis, komealjepuškast, zgodanきれいな, ハンサムな, 美貌の예쁜, 잘 생긴flott, penładny, przystojnybelo, bonitoпривлекательный, хорошенькийsnygg, söt, stiligสวย, หน้าตาดี, หล่อhoş, yakışıklıđẹp, đẹp trai, xinh好看的, 漂亮的, 英俊的 (knɑp)
bijwoord
in hoge mate een knap vervelende kwestie