klos

Vertalingen

klos

Spule, Haspelbobbin, coil, spoolbobine, fuseau (klɔs)
zelfstandig naamwoord meervoud -sen
1. staafje hout of plastic om een draad of touw omheen te wikkelen een klosje zwart garen
2. getroffen worden (door iets vervelends) Bij ontslagen zijn ouderen het eerst de klos.