| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.093.426 Bezoekers. |
|
kloppen |
0,01 sec. |
|
kloppen ww kloppen (klopte enk ovt; heeft geklopt volt deelw) [ˈklɔpə(n)]
1 met je vingers op iets tikken op de deur kloppen voor je naar binnen gaat Op de deur hangt een bordje 'binnen zonder kloppen'. 2 (van het hart) voelbaar ritmisch bewegen een onregelmatig kloppend hart 3 juist zijn, of in overeenstemming zijn (met iets anders) Ben je boven de 50? Ja, dat klopt. Het beeld van de oudere werknemer klopt niet meer De theorie klopt niet met de praktijk. 4 met een mixer, garde of vork lucht door een vloeistof mengen eieren schuimig kloppen met de suiker slagroom stijf kloppen 5 verslaan De wielrenner zal in de sprint geklopt worden door een tegenstander. Het hart klopt me in de keel. ik ben bang Vertalingen kloppen beat, becorrect, beright, cometoanagreement, hit, knock, pulsate, strike, throb, jive, make sense kloppen battre, frapper, heurter, se mettre d'accord, cogner, concorde (avec), correspondre (à), fouetter, palpiter kloppen golpear, dar un golpe, darse un golpe, latir con fuerza kloppen pulzovat, udeřit kloppen banke, dunke kloppen koputtaa, tykyttää kloppen jako kucati, kucati kloppen たたく, 動悸を打つ kloppen 두근거리다, 두드리다 kloppen banka, knacka kloppen เคาะ, เต้นเป็นจังหวะ kloppen kapıyı çalmak, zonklamak kloppen đập, đập mạnh Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|