klontje

Thesaurus

klontje:

suikerklontje
Vertalingen

klontje

Kubus, Würfelcubecube, morceau de sucre, grumeau, morceau (ˈklɔnce)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. blokje suiker drie klontjes in je koffie doen
2. heel duidelijk