klont

Thesaurus

klont:

klonter
Vertalingen

klont

Klumpen, Kloßlump, chunk, clodboule, morceau, caillot, grumeau, mottezolla, bloccoكُتْلَةٌhroudalunsσβώλοςbultomöykkyhrpa덩어리klumpgrudkamonte, pedaçoкусокklumpก้อนiri parçacục (klɔnt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. een beetje (van iets) een klont klei een klontje boter
2. samengeplakt stukje in een vloeistof Ik lust die pap niet: er zitten klontjes in.