kliek

Vertalingen

kliek

clique, coterie, junto, setclique, clan, secte, chapellecricca (klik)
zelfstandig naamwoord meervoud
1. restant van een maaltijd Vandaag eten we allemaal kliekjes.
2. groep mensen die intensief met elkaar omgaat en anderen er buiten laat De kliek van de president is invloedrijker dan je denkt.