kleineren

(doorverwezen van kleineerde)
Vertalingen

kleineren

abaisser, déprécier, diminuer, dénigrer, humilierbelittle (klɛiˈnerə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kleineerde , voltooid deelwoord heeft gekleineerd
zorgen dat iemand minder waard lijkt dan hij of zij is Mijn moeder zit me steeds te kleineren door te zeggen dat ik niet deug.