klaver

Vertalingen

klaver

clover, shamrock, trefoiltrèfleKleeклевер (ˈklavər)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. plantje dat snel groeit Er zit veel klaver tussen het gras.
2. schoppenruitenharten vorm waarmee een van de vier 'kleuren' in het kaartspel wordt onderscheiden klaver zeven