| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.723.632.446 Bezoekers. |
|
klappen |
0,04 sec. |
|
klappen ww klappen (klapte enk ovt; volt deelw) [ˈklɑpə(n)]
1 (heeft geklapt volt deelw) met de handen op elkaar slaan Na de mooie uitvoering begon het publiek enthousiast te klappen. Na de pauze klapte de docente in haar handen om iedereen weer naar de les te krijgen. 2 (is geklapt volt deelw) met een klap (1) kapotgaan De auto staat met een geklapte band langs de weg. klapband 3 (is geklapt volt deelw) met een klap (1) vallen of tegen iets aan komen Zij viel van de fiets en klapte tegen de grond. het klappen van de zweep kennen veel ervaring hebben Vertalingen klappen affìggere, picchiare, scioperare, sciopero, applaudire klappen يُصَفِق klappen zatleskat klappen klappe klappen χειροκροτώ klappen taputtaa klappen pljeskati klappen 拍手する klappen 손뼉을 치다 klappen klappe klappen klasnąć klappen bater palma, bater palmas klappen хлопать klappen klappa klappen ปรบมือ klappen alkışlanmak klappen vỗ tay klappen 鼓掌 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|