klaarstaan

Vertalingen

klaarstaan

(ˈklarstan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stond klaar , voltooid deelwoord heeft klaargestaan
klaar (1) zijn voor gebruik of om iets te gaan doen Ik sta klaar om weg te gaan. De glazen staan klaar voor de receptie.
iemand altijd willen helpen Ik heb veel steun aan haar, want ze staat altijd voor me klaar.