| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.782.445.121 Bezoekers. |
|
kind |
0,02 sec. |
|
kind zn onz kind (-eren mv) [kɪnt]
1 jong persoon die nog niet volwassen is Buiten spelen kinderen op straat. 2 zoon of dochter Zij is een kind van mijn broer. ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen geen kind hebben aan geen last hebben van (iemand) Hij zit zo lief te spelen. Je hebt geen kind aan hem. een groot kind volwassene die zich als een kind gedraagt Sommige mannen zijn net grote kinderen. van kind af aan vanaf je kindertijd Ik ken hem al van kind af aan. Een kind kan de was doen. het is heel makkelijk enig kind als je geen broertje of zusje hebt kind noch kraai hebben helemaal geen familie hebben kind aan huis zijn (ergens) vaak komen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|