kiezen

Thesaurus
Vertalingen

kiezen

auswählen, auslesen, erwählen, wählen, erkiesenchoose, elect, pickout, name, vote, pickchoisir, adopter, désigner, opter, élire, voter (pour), voterdesignar, votar, elegir, escogereleggere, elezione, voce, votare, votazione, cogliere, scegliereيَخْتارُ, يَنْتَقيvybratvælgeδιαλέγω, επιλέγωvalitabirati, odabrati選ぶ...을 선택하다, 선택하다velgewybraćescolherвыбиратьplocka, väljaเลือกseçmek, toplamakchọn, lựa chọn选择, 挑选בחר選擇 (ˈkizə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd koos , voltooid deelwoord heeft gekozen
1. beslissen wie of wat je wilt uit verschillende mogelijkheden Ik kies ervoor na mijn eerste kind parttime te gaan werken. Uit al mijn vrienden kies ik jou om met me op reis te gaan. Ik kon moeilijk kiezen, zoveel keus was er.
(waar mensen of zaken strijdig zijn) een van de partijen steunen partij kiezen voor het milieu, niet voor de groei van de economie
2. politiek bij een verkiezing beslissen welke kandidaat je wilt Ik kies mevrouw Jansen van de socialistische partij. Hij is vorige maand gekozen tot president.