kietelen

Vertalingen

kietelen

kitzelnticklechatouillerيُدَغْدَغُlechtatkildeγαργαλάωhacer cosquillas, cosquillaskutittaaškakljatifare il solleticoくすぐる간질이다kilepołaskotaćfazer cócegas, cócegasщекотатьkittlaทำให้จั๊กจี้gıdıklamak胳肢гъдел (ˈkitələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kietelde , voltooid deelwoord heeft gekieteld
1. (iemand) zo met je vingers aanraken dat hij of zij moet lachen en krampachtige bewegingen maakt Ik kan niet tegen kietelen en sla dan wild om me heen.
2. (iemand) een beetje verleiden of verwennen de consument kietelen met een aantrekkelijk product jezelf af en toe een beetje kietelen met een mooi cadeautje