kiem

Thesaurus

kiem:

zaad
Vertalingen

kiem

Embryo, Leibesfruchtgerm, nucleusembryon, germe, berceau (kim)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
begin van iets dat zich ontwikkelt tarwekiem De kiem van een diepe crisis is aanwezig.
onmiddellijk bij het begin stoppen Artsen proberen de vetzucht in de kiem te smoren.
er zijn, maar nog niet duidelijk merkbaar Haar talent is in de kiem aanwezig, maar moet zich nog ontwikkelen.