kelk

Vertalingen

kelk

Becher, Kelchchalice, goblet, calyxcalice, coupecálizcaliceпотир (kɛlk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. buitenste krans blaadjes van een bloem bloemkelk
2. glas dat of beker die naar boven wijd uitloopt op een voet een kelkje jenever