keet

Vertalingen

keet

Baracke, Bude, Hütte, Lagerhütte, Scheunebarn, barrack, shack, shanty, stand, shed, kipbaraque, échoppe, kiosque, standcontinuare, granaio, stare (ket)
zelfstandig naamwoord meervoud keten
1. eenvoudig gebouw dat tijdelijk op een plek staat in de pauze van het werk koffie drinken in de keet bouwkeet
2. grote wanorde Wat een keet is het hier! Ga jij eens opruimen.
met veel plezier en herrie er een troep van maken De leraar kon de klas niet aan, die flink aan het keet schoppen was.