| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.746.356 Bezoekers. |
|
keer |
0,03 sec. |
|
keer1 zn m keer (keren mv) [ker] moment dat iets gebeurt;= maal Ik ben twee keer gezakt voor mijn rijexamen. Mislukt. Ik probeer het nog een keer. negen van de tien keer bijna altijdkeer op keer telkens weer;= steeds weer keer2 vz keer [ker] je zegt dit woord als je een getal vermenigvuldigt met een ander getal;= maal
Twee keer drie is zes. Vertalingen keer Abwechslung, Änderung, Mal, Tausch, Veränderung, Wechsel, Wende, Wendung keer about‐face, alteration, change, conversion, occasion, time, transformation, turn, times keer fois, transformation, tournure, altération Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|