keel

Thesaurus

keel:

keelgat
Vertalingen

keel

Gurgel, Kehle, Pharynx, Schlundkopf, Hals, Rachenthroatgorgeгорлоحَلْق, حَنْجَرَةhrdlo, krkhalsλαιμός, λάρυγγαςgargantakurkkugrlogolaのど목구멍halsgardłogargantahalsคอ, ลำคอboğazcổ họng喉咙 (kel)
zelfstandig naamwoord meervoud kelen
lichaamsdeel helemaal achterin je mond een zere keel hebben van het harde praten een droge keel hebben als je dorst hebt
beginnen te schreeuwen
(iets of iemand) niet meer willen Die kleren heb ik al zo lang. Die hangen me de keel uit.
(eten) niet lusten