kat

Vertalingen

kat

Katzecatchat, chat/chatte, chaton, chipie, félins, piquegato, cucho, mozokattкошка, котقِطَّةkočkakatγάταkissamačkagatto고양이kotgatokattแมวkedicon mèoКОТКА (kɑt)
zelfstandig naamwoord meervoud -ten
1. klein roofdier dat muizen vangt en vaak als huisdier gehouden wordt
nog even afwachten
stiekem dingen doen die niet mogen
erg veel ruzie hebben
dat maakt het wel erg verleidelijk
nog andere, belangrijker problemen hebben
2. meisje dat snel onaardig reageert Wat een kat is dat!
3. heel onaardige opmerking iemand een kat geven