kas

Thesaurus

kas:

kassa
Vertalingen

kas

Geldkasten, Kasse, Treibhaus, Wachszelle der Bienentill, cashier'sstand, fund, moneybox, money‐box, greenhousecaisseтеплица (kɑs)
zelfstandig naamwoord meervoud -sen
1. agrarisch gebouw van glas voor het kweken van planten en groenten tomaten kweken in warme kassen
2. plaats waar geld bewaard wordt Ik heb nog 10 euro in kas.
weinig geld hebben Ik stel die aankoop nog even uit, want ik zit slecht bij kas.