kartel

Thesaurus

kartel:

kartelingsyndicaat,
Vertalingen

ˈkartel

(ˈkɑrtəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
plaats (in een stof) waar een driehoekje uitgesneden is kartelrand kartelschaar

kartel

Kartell, Einschnittnotch, cartelencoche, rainure, cartel, cannelure, coalition, entente, trustcartelcartellocartelκαρτέλкартел卡特尔卡特爾kartelקרטלカルテル카르텔 (kɑrˈtɛl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
groep bedrijven die samen afspraken maken om de onderlinge concurrentie te beperken De loodgieters in deze stad hebben een kartel gevormd, waardoor het voor de prijs geen verschil maakt wie je inhuurt voor de klus.