karkas

Vertalingen

karkas

Gerippe, Skelettskeletonsquelette, carcassecarcaçatuszy시체carcassaσφάγιοซาก (kɑrˈkɑs)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -sen
1. geheel van botten van mens of dier die overblijven als de rest van het lichaam is vergaan een karkas van een dood konijn vinden
2. architectuur geheel van delen van een voorwerp of gebouw die het sterk maken Deze stoel heeft een karkas van hout.