| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.175.582 Bezoekers. |
|
kar |
0,02 sec. |
|
kar zn kar (-ren mv) [kɑr] plank of bak op wielen;= wagen
mestkar ijskarretje een kar achter je fiets met de strandspullen de kar trekken de leiding nemen en het meeste werk doen Een mooi plan, maar wie gaat de kar trekken? je voor iemands karretje laten spannen iets voor iemand doen wat vooral in zijn of haar belang is Vertalingen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|