| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.783.489.580 Bezoekers. |
|
kapot |
0,02 sec. |
|
kapot bn kapot [kaˈpɔt]
1 als iets beschadigd is of niet meer functioneert;= stuk;= defect Mijn broek is kapot: er zit een gat in. een kapotte auto laten repareren in de garage 2 als iemand doodmoe is;= uitgeput Ik heb heel hard gewerkt en ben nu helemaal kapot. niet kapot zijn van niet erg mooi of aangenaam vinden Ik ben niet kapot van dat boek. kapot zijn van erg veel verdriet hebben door (iets) Ik ben er kapot van dat hij dood is. zich kapot... heel erg...;= verschrikkelijk Ik verveel me hier kapot. Ik lachte me kapot om die grap. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|