kapot


Zoekopdrachten gerelateerd aan kapot: kapok
Vertalingen

kapot

defektbroken, damaged, outoforder, do, fucked-upcrevé, en lambeaux, mitépartidoavarìa, rottorotoשבור (kaˈpɔt)
bijvoeglijk naamwoord
1. als iets beschadigd is of niet meer functioneert Mijn broek is kapot: er zit een gat in. een kapotte auto laten repareren in de garage
2. als iemand doodmoe is Ik heb heel hard gewerkt en ben nu helemaal kapot.
3. niet erg mooi of aangenaam vinden Ik ben niet kapot van dat boek.
4. erg veel verdriet hebben door (iets) Ik ben er kapot van dat hij dood is.
5. heel erg... Ik verveel me hier kapot. Ik lachte me kapot om die grap.