kantoor

Thesaurus

kantoor:

werkplekkantoorgebouw,
Vertalingen

kantoor

Büro, Amt, Geschäftszimmer, Kontoroffice, bureaubureau, cabinet [avocat], étude [notaire], étude, cabinetoficinaufficio, impiegoمَكْتَبٌkancelářkontorγραφείοtoimistouredオフィス사무실kontorbiuroescritórioофисkontorสำนักงานbürovăn phòng办公室המשרדОфис辦公室 (kɑnˈtor)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -toren
(deel van een) bedrijf of organisatie waar vooral administratief werk wordt gedaan advocatenkantoor kantoormeubelen