| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.723.427.981 Bezoekers. |
|
kant |
0,01 sec. |
|
kant zn m kant (-en mv) [kɑnt]
1 rand (van iets) je auto aan de kant van de weg zetten spullen uit je boot op de kant zetten 2 smal vlak (van iets);= zijkant Bij de rellen zijn auto's op hun kant gezet. 3 elk van twee tegenover elkaar liggende delen Aan de ene kant van de straat zijn de even huisnummers, aan de andere kant de oneven nummers. aan één kant doof zijn linkerkant rechterkant 4 richting Van alle kanten komen mensen hierheen. Je moet die kant op. aan/langs de kant staan niet meedoen mensen die aan de kant staan weer aan het werk krijgen kant noch wal raken onzin zijn Zijn verhaal raakt kant noch wal. aan de kant doen (iets) wegdoen of stoppen met (iets) je winkel aan de kant doen omdat je oud bent aan de ene kant ... aan de andere kant op de ene manier bekeken ... op de andere manier bekeken;= enerzijds ... anderzijds Aan de ene kant wil ik graag naar haar verjaardag, aan de andere kant voel ik me ziek. alle kanten op/uit kunnen met veel mogelijkheden hebben met (iets of iemand) Met die opleiding kun je alle kanten op. van de verkeerde kant zijn homoseksueel zijn zich van kant maken zelfmoord plegen het huis aan kant maken het huis opruimen aan de grote kant nogal groot Dat huis is voor ons aan de grote kant. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|