kans

Vertalingen

kans

Chance, Wahrscheinlichkeitchance, luck, possibility, fortune, opportunitychance, occasion, hasard, risque, probabilité, fortuneшанс, возможностьفُرْصَةšancechanceπιθανότηταoportunidad, posibilidadtilaisuusšansapossibilità見込み기회sjanseszansachance, oportunidadechansโอกาสşanscơ hội机会шанс機會 (kɑns)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. mogelijkheid dat iets gebeurt de kans op een oorlog De kans bestaat dat het evenement niet doorgaat. Dat plan heeft geen kans van slagen.
het is heel waarschijnlijk dat... Dikke kans dat het vannacht gaat vriezen.
2. mogelijkheid die gunstig voor je is kansen krijgen op je werk, waardoor je kunt laten zien wat je kunt Het is nu een goed moment om een auto te kopen. Neem je kans waar. een kans missen kans maken/hebben op de hoofdprijs van 20.000 euro Grijp je kans!