kanon

Vertalingen

kanon

Geschütz, Kanon, Kanonecannon, guncanon, as, pièceпушкаcannone (kaˈnɔn)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -nen
1. wapen om projectielen, zoals kogels weg te schieten Bij het kasteel staat nog een oud kanon.
zware maatregelen nemen tegen iets dat daarvoor te onbelangrijk is
2. iets of iemand die heel goed of heel mooi is Die wiskundige is een kanon. Motorfiets te koop, een kanon voor weinig geld.