| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.698.250 Bezoekers. |
|
kanon |
0,02 sec. |
|
kanon zn onz kanon (-nen mv) [kaˈnɔn]
1 wapen om projectielen, zoals kogels weg te schieten Bij het kasteel staat nog een oud kanon. 2 iets of iemand die heel goed of heel mooi is;= kanjer (1) Die wiskundige is een kanon. Motorfiets te koop, een kanon voor weinig geld. met een kanon op een mug schieten zware maatregelen nemen tegen iets dat daarvoor te onbelangrijk is Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|