kanjer

Vertalingen

kanjer

(ˈkɑnjər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. iemand die iets heel goed kan of heel aantrekkelijk is Hij is een kanjer in het opvoeren van scooters. Hij heeft twee kanjers van dochters.
2. iets dat voor zijn soort heel groot is De viswinkel heeft een kanjer van een zalm in de etalage.