kanaal

Thesaurus
Vertalingen

kanaal

Kanal, Graben, Rohr, Röhre, Schlauch, Programmcanal, channel, strait, barrel, pipe, tube, tractcanal, détroit, tube, chaîne, tuyau, passe, voiestretto, canaleقَنَاةkanál, průplavkanalκανάλιcanalkanavakanalチャンネル, 運河운하, 해협kanalkanałcanal, canal de águaканалkanalคลอง, ช่องkanalcon kênh, kênh运河, 频道, 通道通道каналערוץ (kaˈnal)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -nalen
1. door mensen gegraven rivier Door het kanaal van Gent naar Terneuzen heeft Gent een directe scheepvaartverbinding met de Noordzee.
2. frequentie voor de uitzending van radio- of televisieprogramma's Autofabrikanten starten een eigen tv-kanaal op internet.
3. iemand die je gebruikt om iets bereiken via diplomatieke kanalen ervoor pleiten de doodstraf niet te voltrekken