kalender

Vertalingen

kalender

Kalendercalendarcalendrierημερολόγιοcalendariocalendáriocalendarioتَقْوِيـمkalendářkalenderkalenterikalendarカレンダー달력kalenderkalendarzкалендарьkalenderปฏิทินtakvimlịch日历לוח שנהкалендар日曆 (kaˈlɛndər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
lijst met de maanden, weken en dagen van een jaar op de kalender kijken welke datum het is
kalender met een blad voor iedere maand
kalender waarop je verjaardagen van familie en vrienden opschrijft Nederlanders hangen een verjaarskalender vaak op de deur van de wc.