kabouter

Vertalingen

kabouter

Irrwisch, Koboldimp, goblin, gnomelutin, jeannette, nain, nain/nainebriccone (kaˈbɑutər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. klein mannetje in een sprookje tuinkabouter
< je zegt dit als grapje als je stiekem een klusje hebt gedaan>
2. jong meisje dat lid is van de internationale jeugdorganisatie scouting, vroeger padvinderij De kabouters en de welpen gaan volgende week op kamp.