| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.784.912.908 Bezoekers. |
|
kaart |
0,01 sec. |
|
kaart zn kaart (-en mv) [kart]
1 stuk papier met plaatsen, wegen en andere aardrijkskundige gegevens de kaart van Nederland 2 stuk dik papier met een afbeelding of tekst die je aan iemand kunt sturen;= briefkaart uit Parijs een kaart met de Eiffeltoren naar huis sturen een kaart met een gelukwens sturen naar iemand die jarig is rouwkaart 3 een van de stukjes dik papier met een afbeelding en cijfer, waarmee je een spel kunt spelen;= speelkaart een spel kaarten goede kaarten in handen hebben 4 lijst met gerechten;= spijskaart;= menukaart de ober om de kaart vragen 5 bedrukt papier of plastic met informatie klantenkaart studentenkaart kaartlezen op de kaart kijken hoe je moet rijden in kaart brengen (iets) inventariseren en er inzicht in geven Het was hun taak om de slachtoffers in kaart te brengen. Dat is geen haalbare kaart. dat plan kan niet slagen open kaart spelen eerlijk zijn je kaarten op tafel leggen duidelijk maken wat je van plan bent groene kaart groen formulier als internationaal bewijs dat je auto verzekerd is gele kaart kaart die je na een ernstige fout in een voetbalwedstrijd krijgt van de scheidsrechter rode kaart kaart die je van de scheidsrechter krijgt na een ernstige overtreding waarna je niet meer mag meespelen van de kaart zijn overstuur zijn Toen hij het slechte nieuws hoorde was hij helemaal van de kaart. Thesaurus Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|