kaartje

Thesaurus
Vertalingen

kaartje

Karte, Billett, Coupon, Fahrkarte, Zinsabschnitt, Fahrscheinticket, coupon, note, bill, filingcard, slipbillet, fiche, ticket, billet d'aller, coupon, carte (de visite), étiquetteбилетbiglietto, appunto, notabene, notazione, orditoتَذْكِرَةlístekbilletεισιτήριοbillete, tiquetelippukartaチケットbillettbiletbilhetebiljettตั๋วbiletכרטיס (ˈkarcə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
stuk papier waarmee je ergens naar binnen kunt een kaartje voor de bus kopen We hebben al kaartjes voor het museum. treinkaartje