kijk

(doorverwezen van kijk)
Vertalingen

kijk

Blick, da, Einsicht, hier, hier ist, siehebehold, hereare, hereis, look, there, visionvoici, aspect, regard, spectacle, voilà, vue, point de vue, regards (sur)kijkkijk (kɛik)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. manier waarop je over iets denkt een sombere kijk op het leven hebben
inzicht hebben in Zij heeft kijk op technische zaken.
2. (iets) opvallend laten zien Hij loopt te kijk met zijn homoseksualiteit.
3. (iemand) belachelijk maken
4. <je zegt dit bij een afscheid>