juweel

Thesaurus

juweel:

sieraadsierstuk,
Vertalingen

juweel

Edelstein, Gemme, Juwel, Kleinod, Kostbarkeitjewel, gembijou, joyau, perfectionجَوْهَرَةٌdrahokamjuvelπολύτιμος λίθοςjoyajalokividraguljgioiello宝石보석juvelklejnotpedra preciosaдрагоценный каменьjuvelเพชรพลอยmücevherđá quý宝石бижуתכשיט (jyˈwel)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -welen
sieraad met edelsteen Ze draagt dure juwelen.
een prachtig... een juweel van een schilderijtje