| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.640.769 Bezoekers. |
|
juist |
0,02 sec. |
|
juist1 bn juist [jœyst] als iets is zoals het moet zijn;= goed;= correct een juist antwoord op een vraag geven Het is een juist besluit geweest om hem van school te sturen. juist2 bw juist [jœyst]
1 als woord dat een ander woord versterkt;= precies Juist nu is het weer om te gaan zeilen. Neem toch vrij, juist omdat je zo moe bent. Ze zijn zeer integer. Juist daarin onderscheiden ze zich van veel anderen. 2 als woord om een tegenstelling uit te drukken Hij gaat nu met verkeerde vrienden om, terwijl hij vroeger juist zo braaf was. Waarom ben je zo negatief over je prestaties, het gaat juist heel goed. Thesaurus Vertalingen juist bestimmt, bündig, eben, exakt, genau, gerade, im Recht, just, präzis, präzise, pünktlich, recht, rechthabend, richtig, soeben, zutreffend, direkt juist accurate, correct, exact, exactly, just, justnow, okay, precise, proper, right, sharp, striking, true, correctly juist à l'instant, exact, juste, justement, précis, précisément, proprement, qui a raison, vrai, correct, correctement, heureux/-euse, juste(ment), venir de, même, exactement, , bon/bonne, valable, bien juist correcto, correctamente juist correggere, corretto, emendare, perfezionare, proprio juist بطريقة صحيحة, صحيح juist správně, správný juist rigtig, rigtigt juist oikea, oikein juist desno, ispravan juist 正しい, 正しく juist 바로, 옳은 juist riktig juist dobrze, prawidłowy juist правильно, правильный juist rätt juist ถูกต้อง, อย่างถูกต้อง juist doğru, doğru olarak juist đúng Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|