jubelen

(doorverwezen van jubelde)
Vertalingen

jubelen

frohlocken, jauchzen, jubilierenexultexulter, pousser des cris d'allégresse, triompher (ˈjybələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd jubelde , voltooid deelwoord heeft gejubeld
hoorbaar laten merken dat je blij bent Ik heb de baan! Jubelend vertelde ze hoe het gegaan was.