jouw

Vertalingen

jouw

Ihr, dein, deinig, euer, eurige, ihrigeyourton, ta, votre, tes, tien, ton/ta/tes, votre/vostuo, di ella, di essa, i tuoi, tua, vostra, vostroالـخَاصُّ بِكvášdinδικός σουsu, tusinuntvojあなたの당신의dintwójseu, seus, seuвашdinของคุณ ของท่านsizincủa bạn您的שלך (jɑu)
voornaamwoord
<je zegt dit woord als iets is van degene tegen wie je praat> Ga zitten, dit is jouw plaats.