jeuk

Thesaurus

jeuk:

jeukerigheidkriebel,
Vertalingen

jeuk

itchdémangeaison, Goyer (jøk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
hinderlijk gevoel op je huid dat je wilt stoppen door met je nagels te krabben Ik heb zo'n jeuk op mijn rug. Wil jij even krabben?