jeugd

Thesaurus

jeugd:

jongeluikindertijd, jeugdigheid,
Vertalingen

jeugd

Jugend, Kindheityouth, childhoodjeunesse, jeunes, enfance, adolescenceмолодёжь, детство, молодостьadolescenza, gioventù, infanziaشَباب, طُفُولَةdětství, mládíbarndom, ungdomνεότητα, παιδική ηλικίαjuventud, infancialapsuus, nuoruusdjetinjstvo, mladost子供時代, 青春時代어린 시절, 청소년barndom, ungdomstiddzieciństwo, młodzieżjuventude, infânciabarndom, ungdomวัยเด็ก, วัยหนุ่มสาวçocukluk, gençlikthời thơ ấu, tuổi trẻ童年, 青春, 青年נוער青年 (jøxt)
zelfstandig naamwoord meervoud
1. tijd dat je jong bent In mijn jeugd zwom ik vaak in zee.
2. jonge mensen Dat is kleding voor de jeugd, niet voor veertigers.