| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.656.184 Bezoekers. |
|
zin |
0,01 sec. |
|
zin zn m zin [zɪn]
1 -nen mv reeks woorden die een geheel vormen Begin de zin met een hoofdletter en sluit af met een punt. 2 -nen mv zintuig, gevoel of verstand tastzin Zij heeft zin voor orde. 3 verlangen of wens;= lust;= trek Ik heb geen zin om te stofzuigen. Het is me hier te lawaaierig naar mijn zin. 4 betekenis 5 nut of doel Wat is de zin van het leven? Het heeft weinig zin om hiermee door te gaan. je zinnen verzetten iets anders doen ter afleiding je zinnen zetten op graag willen hebben of doen heb mijn zinnen gezet op een huisje aan zee. buiten zinnen zijn (tijdelijk) gek of heel opgewonden zijn je zin krijgen krijgen of doen wat je wilde Na lang zeuren kreeg ze haar zin. in zekere zin op een bepaalde manier;= eigenlijk;= in zeker opzicht In zekere zin heeft hij gelijk Vertalingen zin 10.Wille, Absicht, Äußerung, Bedeuting, Begehr, Bezeichnung, Gesinnung, Gutdünken, Inklination, Lust, Meinung, Phrase, Plan, Redensart, Satz, Satzgefüge, Sinn, Verstand, Wunsch zin 10.feel, 11.meaning, 12.will, desire, disposal, feeling, inclination, intention, meaning, opinion, plan, pleasure, sensation, sense, sentence, tendency, want, willingness, wish zin 10.gré, avis, désir, dessein, importance, intention, opinion, phrase, plaisir, propos, sens, sentiment, signification, souhait, volonté, (bon) sens, envie, humeur, projet, convenance, gré zin جملة zin věta zin sætning zin πρόταση zin lause zin rečenica zin 文 zin 문장 zin setning zin zdanie zin предложение zin mening zin ประโยค zin cümle zin câu zin 句子 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|