jasje

Vertalingen

jasje

Jacke, Männerrockjacketveste, vestongiacca, giubbaسُتْرَةٌsakojakkeσακάκιchaquetatakkijaknaジャケット재킷jakkemarynarkajaqueta, blusãoпиджакkavajเสื้อแจ๊กเก็ตceketáo khoác夹克衫яке (ˈjɑʃə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
kort jasje, vooral voor binnen Je jasje past goed bij je broek.
iemand aanspreken om iets te bespreken Ik zal hem morgen over die kwestie aan zijn jasje trekken.